‘Ruimte voor Elkaar’ (ontwerpproject)

November 2009 - daan

ontwerpproject 'Ruimte voor Elkaar'

De aanleiding voor mijn onderzoek en ontwerp ontstond vanuit mijn fascinatie voor de vergrijzende samenleving (zie onderzoeksscriptie ‘Ruimte voor Elkaar’). Hoe kunnen we veranderende woonwensen van ouderen nu en in de toekomst huisvesten? Deze veranderende woonwensen heb ik binnen het onderzoek bekeken vanuit het spanningsveld tussen individu en collectief.

Bij ouderen wordt deze spagaat van individu en collectief in de huidige woonomgeving mooi geïllustreerd: er is een grote behoefte aan verzorging en aan het aanpassen van de woning (door toenemende zorgbehoefte, huisverlatende kinderen) én er is een grote behoefte aan een sociale omgeving (vereenzaming, en wegvallen van familie als eerste zone van het sociale netwerk). Ouderen hebben veel te bieden, maar nemen minder (o.a. door hun pensioen) deel aan de maatschappij, ook wordt hun actieradius steeds kleiner naarmate de fysieke gesteldheid afneemt. Hierdoor zijn zij meer en meer afhankelijk van de directe woonomgeving. Zij zouden dus daarom niet alleen op financieel gebied moeten sparen, maar ook op sociaal gebied (binnen de directe woonomgeving).
Als we dus willen bouwen voor ouderen komen we al snel uit bij een groter vraagstuk. Namelijk: hoe kunnen we een veranderende maatschappij huisvesten? Hoe kunnen we een woonomgeving creëren waarbinnen we langdurig kunnen wonen ondanks dat we veranderen van levensstijl, mobiliteit, gezinssamenstelling enz.? Hoe creëren we een woonomgeving die mee kan groeien met veranderende behoefte zowel in ruimtelijke als in sociale zin?

Deze verschillende behoeften kunnen we binnen een woonomgeving faciliteren door een zekere fysieke (drager-inbouw) en sociale (privacy zonering) gelaagdheid. Deze gelaagdheid draagt bij aan het ontstaan van sociale netwerken (het collectief) en het waarborgen van de privacy en individuele woonwensen van het individu. In de woonomgeving ontstaat er zo niet alleen een fysieke gelaagdheid, maar ook een sociale gelaagdheid. Binnen dit onderzoek gedane casestudies laten dan ook zien, dat mensen binnen een kleinere woongemeenschap meer vriendschappen opbouwen. Nauwere banden binnen de directe woonomgeving, zorgt dat mensen meer van elkaar kunnen hebben (in de zin van overlast) en eerder bereidt zijn elkaar te helpen (bijv. in de zin van zorg). Zo zou de woonomgeving niet alleen een fysieke gelaagdheid moeten kennen maar ook een sociale gelaagdheid. Zijn deze lagen er niet dan kan dit leiden tot anonimiteit en daarmee tot verloedering en sociale onveiligheid. Binnen de woonomgeving moet dus de fysieke gelaagdheid de sociale ondersteunen en andersom.

De ontwerper kan door deze gelaagdheid ook verschillende wensen faciliteren. Aan de ene kant willen we zoveel mogelijk vrijheid (individuele wensen, potentiële samenleving), aan de andere kant willen we juist meer interactie en daarmee sturing (vereenzaming, kosten reductie van beheer, geen anonimiteit, maakbare samenleving). Zouden we deze gelaagdheid niet hebben, dan zou dit betekenen, dat we alleen de wensen van het collectief OF de wensen van het individu kunnen faciliteren OF stimuleren. Dit is te zien bij de massawoningbouw die ontworpen is vanuit het collectief: de gemene deler. Dit leidt echter tot onvrede bij het individu en daarmee onder het collectief. Kent de ruimte daarentegen wel die gelaagdheid dan kan de ontwerper de wensen van zowel het collectief EN het individu faciliteren EN stimuleren, binnen deze verschillende lagen.
Uit het oogpunt van het collectief kunnen we zo een sturende architectuur maken en vanuit het individu een faciliterende. De ontwerper bepaalt zo, waar hij/zij dingen vastlegt en waar hij/ zij vastlegt wat niet vastligt. De ontwerper kan zo ontwerpmiddelen inzetten zonder inbreuk te maken op de privacy van het individu. Iedereen kan er namelijk zelf voor kiezen zich op te houden binnen een bepaalde fysieke of sociale laag. Iemand die zich ophoudt in het collectieve domein wordt, als het goed is, gestimuleerd om deel te nemen aan dit collectief. Het individu is zelfs dan nog steeds vrij in zijn keuze. Vandaar dat op dit collectieve niveau de ontwerper gebruik kan maken van (duidelijk) sturende middelen. Hierdoor kan de collectieve ruimte ingericht worden naar de maatstaven van sociale veiligheid, beheer en sociale interactie.

Ouderen zijn door hun afnemende mobiliteit, gedwongen afhankelijk van hun sociale netwerk in de directe omgeving. De directe woonomgeving wordt daardoor nog belangrijker. Vandaar dat de ontwerper die ‘ouder vriendelijke’ wil bouwen, moet voldoen aan zowel individuele als collectieve behoeften. Hierbij is de balans tussen individu en collectief én dus de fysieke en sociale gelaagdheid van de woonomgeving essentieel. Zo kan de ontstane fl exibele woonomgeving zich aanpassen aan wisselende behoefte en biedt de gelaagdheid een uitgangspunt voor het ontstaan van een sociaal netwerk tussen meerdere generaties.
Deze woongebouwen zijn dus niet alleen beter voor ouderen maar voor alle generaties. Vandaar dat ‘A child friendly city is a city for all’ (UNICEF 1996) ontworpen zou moeten worden,
vanuit het basisbegrip:

An elderly friendly building is a building for all!



projectgevens:

Auteur
Ir. D.K. van Schie, Architect
presentatie –
‘Ruimte voor Elkaar’ – presentatie
ontwerpproject film -
‘Ruimte voor Elkaar’ – animatie
onderzoeksscriptie - ‘Ruimte voor Elkaar’ – onderzoeksscriptie

Pages ... 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17